Het is donker en de temperatuur is gedaald naar onaangenaam kil. Ik parkeer de auto en graai mijn tas van de passagiersstoel. Haastig loop ik de bekende weg naar huis.
Een vreemd, klaterend geluid maakt dat ik mijn pas inhoud en verontrust de omgeving afspeur. Aan mijn voeten schuimt een dampende stroom over de stoeptegels. Mijn argusogen meanderen stroomopwaarts en registreren dat de onbekende vloed zich splitst in twee waterlopen. Elk met een paar sneakers van indrukwekkend formaat aan weerszijden. Omhoog gaat het, via jeanspijpen, naar licht gebogen knieën en gespierde bovenbenen. Dan billen in het blauw die zich keihard inspannen om onderlijven te kantelen. Daarboven naar voren hellende torso’s, in balans gehouden door één hand tegen de muur van een winkelpand. De andere hand houdt zich bezig met stuurmanskunsten die voor mij verborgen blijven.
Opeens besef ik dat ik ongegeneerd sta te loeren naar een stel uit de kluiten gewassen wildplassers. Eén van de plasgenoten met hoge nood bekijkt me vluchtig maar concentreert zich dan weer op het in bedwang houden van de krachtige hogedrukspuit.
Ik ben van mijn stuk gebracht. Moet ik wat doen of zeggen? En zo ja, wat dan? In een fractie van een genante seconde komen suggesties in mijn gedachten.
A: Start een opvoedkundig college over de onwenselijkheid van wildplassen
B: Word boos en roep dapper tegen de spetters dat ze smeerlappen zijn
C: Maak je stilzwijgend uit de voeten, voordat je wordt bestempeld als vieze ouwe gluurder
Veel tijd om te kiezen heb ik niet. Om te voorkomen dat ik word meegesleurd door de woeste stroom fierljep ik naar het droge en loop door. In het voorbijgaan roep ik toch nog even over mijn schouder: “Lekker fris jongens!”
Achter mijn voordeur voel ik me stiekem best tevreden over mijn kleine bijdrage aan de sociale hygiëne in de buurt. Glimlachend draai ik de sleutel om en blijf nog even luisteren naar de watergeuzen die opgelucht voorbijlopen. “Brrrrrr”, klinkt het blauwbekkend. “Die vrouw had gelijk. ’t Is inderdaad verrekte fris.”
Gerda Lether