In de tuin van mijn jeugd stond een oude appelboom. De laatste van een boerenboomgaard. Ik zie haar voor me. Te uitbundig voor de bescheiden achtertuin. Ze werpt een flinke schaduw over alles wat binnen de perken moet blijven. Toch wordt ze niet gekapt. Zij woont daar tenslotte langer dan wij. Elk voorjaar ontwaakt ze in een zachtroze bloemenwolk. Haar dwarrelende bloesems veranderen de gewone straat een paar dagen per jaar in een magisch sprookje.

Luie zomers lang biedt de boom verkoeling. Vanaf augustus houdt ze me – wanneer ik wegdoezel boven wiskundesommen – als een schooljuf bij de les met goed gemikte, hardgroene tikken. In de herfst laat ze alles los. Emmers vol blozende appels worden geraapt, weggegeven, geschild en verwerkt. In haar eentje voorziet de oude boom de hele buurt een winterlang van gezonde weerstand.

Heel wat appelmoes en appeltaarten later komen er nieuwe bewoners met renovatiedrift. De boom sneuvelt onder de wetten van de minimalistische woonstijl. Strakke vlonders en palmbomen draaien de magie van de bloesems de nek om. Een zure appel om doorheen te bijten.

In mijn eerste eigen tuin staat een walnotenboom. Vele zomeravonden met gevulde borden en glazen worden onder haar takken doorgebracht. In september bekogelt ze me, als speelse huisgenoot, met hardgroene bolsters. Voordat ze met winterreces gaat neemt ze guller dan gul afscheid. Alles wat ze heeft laat ze aan mijn voeten vallen. Emmers vol noten worden geraapt, weggegeven, gedroogd, gekraakt, geroosterd en verwerkt. In haar eentje stilt de boom de lekkere trek van een hele vriendenkring.

Heel wat ovenverse walnotenbroden later komt de verhuiswagen. Ik verwacht dat de boom en de nieuwe bewoners het samen wel zullen rooien. Maar een graafmachine roeit haar met wortel en tak uit. Onderhoudsarme tegels verstikken haar leefgebied. Het voelt alsof ik een zorgzame huisgenoot heb uitgeleverd aan de maffia. Een harde noot om te kraken.

Het is daarom dat ik voor de bijl ga bij de geur van appeltaart of walnotenbrood. Daarvan ga ik spontaan weemoedig bomen over de gesneuvelde smaakmakers die het leven kleur gaven.

Gerda Lether